Tantehilde x7

Het is zover, ik ben 7x tantehilde! Mijn jongste zus heeft een dochtertje gekregen. We waren al eventjes aan het wachten op het zusje van Ewout, dus kon ik op mijn gemak een kadootje voorbereiden: een pop, een bloesje en een broekje. Alleen spijtig dat we dit jaar de zomer en de herfst hebben overgeslagen en het na 5 dagen lente weer winter geworden is. Maar ja, dan moet Leonie maar een vareuse over deze zomertenue aantrekken om het warm te krijgen he.

Leonie werd in de koudste nacht van maart geboren en ik moest mijn kindjes 's morgensvroeg per brief inlichten over de geboorte van hun nichtje.  Daarna was het wachten op het einde van de werkendag om Leonie te gaan bewonderen.

Maar toen was er plots een kindje ziek, en toen nog een kindje en dus werd het bezoekje uitgesteld. Het zieke kindje kroop op mijn schoot en zei : "Ik wil een beertje naaien voor het zusje". Ik nam toen een enkel lapje fleece, knipte een beer, en liet hem met het speelgoednaaimachien wat prullen en doen alsof hij het naaide. "Maar mama, ik moet twee beertjes hebben om het dik te maken".

Ik nam toen een tweede lapje fleece, knipte twee beren, ponste een aantal gaten, en liet hem het beertje naaien met een echte naald en een dikke streng borduurdraad.

Zo schattig is het beertje geworden! Zijn grote zieke zus (die de foto's genomen heeft) heeft haar bestelling bij Winand geplaatst. Of er ooit een tweede naaisel van Winand zal komen is nog de vraag: na 5 steken kwam er de "ik ben moe" en vond ik ook dat het welletjes was geweest om bij elke steek de draad weer in de naald te rijgen.

6x tantehilde !

Vanmorgen werd ik voor de zesde keer tante!  Ewout is geboren, het eerste kindje van mijn kleine zusje en haar man! ooh, zo klein, zo zacht, zo geurig, zo een lief babytje…

 

 

 

 

Alsof ik het wist: een pijamatje in uilenstof bij zijn uilen-geboortekaartje!

Jarige Winand en zijn nieuwe broek.

 

 Kleine Winand werd vandaag 1 jaar.  Tja, het is echt zo cliché, maar ik herinner me echt nog als gisteren dat wij maar moesten wachten en wachten eer hij geboren werd. Hij werd verwacht rond de 5e, maar het was op vrijdagochtend 12 december dat ik de eerste weeën kreeg. Alle kinderen wakker én nieuwsgierig naast me op de bedrand. “Ik breng mama nu naar het ziekenhuis want Winand gaat geboren worden” zei mijn man tegen hen. Ze wisten dat het een broertje was en ze kenden zijn naam en verklapten dat meermaals tot ieders hilariteit. Hij hoorde er echt al helemaal bij, al van voor hij geboren was. 

De bevalling verliep vlot en heftig, zoals ik dat ondertussen gewend was. En ik dacht dat mijn man het bij de vijfde keer ook wel gewend was en vooral dat hij wist waarnaartoe. Maar hij reed verloren op de parking van het ziekenhuis! Vragen en bellen waar hij naartoe moest, ja dat gelooft ge niet, maar het is echt gebeurd!

Toen we aan de ingang van materniteit arriveerden, stonden de vroedvrouwen al klaar met hun rijdende bed. Nee, toch  niet op een bed gaan liggen, ik heb wel weeën! Ik blijf wel staan, ik loop zelf wel. Maar ik moest wel op dat bed, want de lift was niet groot genoeg voor een bed én hoogzwangere ernaast.

Op de arbeidskamer volgden de weeën elkaar heel snel op. En ik kreeg het zo koud, zo koud. Ik deed 2 paar kousen over elkaar aan en trok de deken over mijn schouders.  Toen braken de vliezen en ik raakte een beetje in paniek omdat het vruchtwater donker gekleurd was. Maar nee, geen reden voor paniek volgens de vroedvrouw, het gaat allemaal zo vlot en snel. “Kom maar mee, we gaan naar de verloskamer”. Dus ik schuifelde de kamer uit op mijn dubbele sokken, auw, wee, hield mij vast aan de muur, schuifelde weer verder, auw,… – Die verlostafel is zo vreselijk onhandig en hoog, hoe raak ik daar in godsnaam op?–   Liefst wou ik eigenlijk weglopen en ergens alleen in een hoekje gaan bevallen, maar ik was zo mak als een lammetje en liet me alles doen en zeggen. Maar meepersen? Nee, daar deed ik niet aan mee. Ik bleef gewoon liggen, nà. Het werd zo warm en ik zweette.  Die kousen moesten uit, maar ik kreeg niets gezegd en kreeg er slechts één uit . Ik hoorde iemand lachen om 2 verschillende kousen en zag dan de gynaecoloog op een stoel zitten wachten omdat ik niet wou meepersen.

Had hij er al een paar bevallingen opzitten, en de nacht moeten doorwerken, of was het een truk om mij wel te doen meewerken?  Ik weet het niet en ik ben er eigenlijk nog steeds gefrustreerd om om dat zitten op die stoel. Maar hielp wel: – Ik kan dat wel hoor, zo een kind eruit persen: ik zal dat eens rap doen- , en hupla, bij de tweede keer was hij geboren, ons vijfde kind, onze tweede zoon!

*zucht* en dat is dus al één héél jaar geleden! Mijn kleine winand is al 1 jaar!

En om dat te vieren heb ik – rara- een broek voor hem gemaakt.

Ik wou een soort van overall voor hem maken met deze geweldige auto-stof van bij Vermiljoen. Ik baseerde me op een patroon van een salopet die uit heel veel verschillende delen bestond, tekende alle patroondelen over, plakte alles aan elkaar en constateerde toen dat het niet op mijn lapje stof  paste (amper een halve meter, waar was ik met mijn gedachten bij het bestellen?).  Ik heb alles toen maar weer losgeknipt en gemaakt zoals het letterlijk in het boekje stond.

En hij stond er oerschattig mee vandaag op zijn feestje!

 

Opnieuw ocharme.

 

Winand heeft windpokken en dus veel jeuk. Ik doe stijfsel in zijn badwater en smeer een speciaal zalfje die mijn apotheker me meegaf.  Mijn apotheker die ik 100% vertrouw, want zij is mijn zus 😉

Inez is 5 jaar

Woensdagnacht half 1. Ik lig al even in bed en nu voel ik iets. Heel zachtjes, maar het is het wel, ik herken het van de vorige keren. Ik blijf rustig liggen wachten. 15 minuten later wil mijn man naast me komen liggen, maar ik zeg hem dat dat niet nodig zal zijn. “Blijf maar wakker en bel even de babysit, want het is voor deze nacht”. En hop, hij springt recht, belt de babysit op en zegt erbij: “Je moet je niet haasten, tis nog maar net begonnen, dus je hebt alle tijd”. 

Ik blijf nog steeds roerloos liggen en kom mijn bed pas uit als de babysit aan de deur staat. Dan pas trek ik mijn kleren aan, strompel de trap naar beneden (2 verdiepingen!) , heb alvast een wee op elke trede, maar geraak toch tot aan de voordeur. Ik hoor mijn man nog rustig alles over het ontbijt uitleggen aan de babysit: wie waar aan tafel, wie welke kom, wie hoeveel en welke cornflakes eet…ik denk dat ik zot word en die weeën worden wel iets té hevig om hier te blijven staan, ik wil vertrekken, ik wil weg, ik wou dat we al in het ziekenhuis waren! En dus begin ik te vloeken, heel luid door de gang op. Ik, die anders nooit vloek, kan plots vloeken als de beste. “En als je mij nu niet brengt naar dat ziekenhuis, dan ga ik wel te voet!”piep ik er nog bij. Ik installeer mij op mijn knieën op de passagierszetel, want ik kan niet meer gewoon zitten en dan zijn we weg.

Arme man, hij wil mij zo snel mogelijk brengen naar dat ziekenhuis, maar hij mag niet optrekken, hij mag niet stoppen, hij mag niet vertragen en niet versnellen, geen radio, geen gepraat en vooral: geen vragen stellen! Tja, zo gaat dat met een vrouw die moet bevallen.

Na 5 minuten rijden hou ik het echt niet meer uit: “Stoppen” roep ik hem toe.  Ik kan amper ademhalen tussen de weeën. Maar hij blijft kalm verderrijden. “Stop dan toch” roep ik weer en ik zie de kilometerteller van 50 naar 60 naar 70 en hoger gaan. “Ik heb persdrang” gil ik nu uit en dan zwaait de auto plots naar links, een zonodig nog donkerder en kleiner straatje in. 50m verder stoppen we voor het huis van een tante. De auto staat nu stil, en weg is mijn man. Ik heb het warm, ik zweet, ik trek al mijn kleren uit. En dan voel ik het hoofdje staan. Een soort bolletje, zacht en nat. Ah oef, daar is mijn man weer. Hij zit op zijn knieën op de stoep en houdt zijn handen klaar op de baby op te vangen. En met de laatste perswee wordt ons derde kind geboren in de handen van haar vader. Het is 4 november, half 2 ’s nachts.  Buiten is het ijskoud en pikdonker.  Ik wikkel mijn bloes en trui rond de baby en in het “licht” van de 4 pinkers bewonderen we haar. Ze huilt niet, ze piept heel even en kijkt ons dan aan. 

En dan komt de tante buitenwaaien, de nonkel haar achterna, ze zien mijn naakte lijf en de ingepakte baby daar in de kou , gaan weer naar binnen, bellen de ziekenwagen, halen een kamerjas en handdoeken. Tante is huisarts en dit heeft ze nog niet meegemaakt: een bevalling op haar stoep.  Tante bindt zorgvuldig de navelstreng af met een blauw-wit gedraaid keukendraadje en knipt de navelstreng door op het moment dat de ziekenwagen de hoek omdraait.  Ik kruip de auto uit en schuifel de ziekenwagen in en krijg dan mijn baby in mijn armen. En zo raken we dan eindelijk dan toch in het ziekenhuis, alwaar de nageboorte gebeurt.

Dit gebeurde allemaal 5 jaar en 1 dag geleden en inez is nog steeds een vinnige dame. Ze heeft energie voor 3 kleuterscholen bij elkaar, een stem als een gans sopraankoor dat galmt in een lege kerk, praat je altijd onder tafel, is immer vrolijk, goedgemutst en charmant en heeft altijd een twinkeling in haar ogen! 5 dikke kussen voor mijn lieve inez !

 

En toen ging hij staan.

Zomaar, opeens trok hij zich recht. Ok, deze foto is geposeerd, maar hij heeft het echt gedaan, Mme Zsazsa is getuige. En nu komt dat wel goed uit dat hij kan rechtstaan: kan hij mooi zijn nieuwe broek(en) tonen.

Twee nieuwe ruitenbroeken, samen uit de stof geknipt en dat is eigenlijk niet slim. Want als het patroon dan niet meevalt, dan heb je twee mislukte broeken. Maar ik had geluk. Het is een heel fijn patroon, hoog in de taille, niet te breed, niet te smal voor zijn dikke luier. En met grote knielappen die zijn knieën beschermen bij het kruipen, of moet ik eerder zeggen: schuiven. Het patroon komt uit de knippie-baby winter 2008, model nr 5b.

 

Wel handig, zo een wollen broek, dat neemt alle stof en pluis op van de vloer.  Het blauwe stofje komt trouwens nog van moeders’zolder en er is nog 1m over, grote broer wil ook zo een broek. Jeeuj! Hij zal zeker de libelle gelezen hebben, want daar staat het : “ruiten zijn in”

En zeg eens, is die nepgulp nu aan de juiste kant voor een jongen of niet?

 

Bobbelmuts en bobbeltrui

Ik koos eens een fris kleurtje groen en een zacht bolletje wit uit mijn voorraad en breide een bobbelmuts, want elke baby zou een bobbelmuts moeten hebben.  Ik maakte het voor de -toen nog niet geboren- baby van Mme Zsazsa. Toen het mutsje klaar was, was Abel geboren, maar ik was eigenlijk nog niet uitgebreid en ik zette opnieuw 120st op mijn naalden met dat groene kleurtje en dat zacht wit.

Een week later viel dat geboortekaartje in de bus. Geweldig! Het lijkt alsof ik het met opzet gedaan heb: een bloemkoolmuts voor een bloemkoolkindje! Hoe schattig en hoe toepasselijk is dat?

Handig zal het zeker zijn, want er zijn geen dichtgenaaide naden. Geen hoofdje of armpjes door kleine openingen wurmen, geen gefriemel met kleine knoopjes en knoopsgaten: openleggen, baby erop, en hupla pitsers weer dicht.

Alstublieft, Abeltje, voor jou, je bent een keischattige baby!

Ik heb mijn rommelige notities wat geordend en het netjes uitgeschreven voor wie het ook eens wil maken. 

Het mutsje komt van hier.

Kabels breien

Ik heb leren breien in het eerste leerjaar, ik was toen 6 jaar. We moesten een poppetje breien en op het einde van het jaar hadden een vriendinnetje en ik als enigen het poppetje klaar (en mijn man, ik denk dat die nooit heeft begrepen hoe je één steek moet breien, al zat hij toen ook in diezelfde klas). 

Een paar jaar later breidde dat vriendinnetje een trui voor zichzelf. Een rode trui met kabels.  Jaloers dat ik was!!  Kabels breien, dat leek een onmogelijk ingewikkelde opgave! Ik begon dadelijk ook aan een trui voor mezelf (zonder patroon uiteraard, het moest helemaal van mezelf zijn), en had na een hele winter breien een korte vleermuismouwen-trui klaar (tja, jaren ’80 he) met heel veel verschillende steekpatronen, maar geen kabels… Ik heb die trui heel veel gedragen tot ik ongeveer 13 jaar was, toen heb ik het vormloze ding weggegooid. Jammer, je zou nooit iets zelfgemaakt mogen wegdoen, mijn moeder zal het niet geweten hebben dat ik het weggegooid heb.

Dit hele verhaal enkel om te zeggen dat ik vele jaren later ondervonden heb dat kabels breien helemaal niet moeilijk is. Rechts en averechts, en af en toe een paar steken in de verkeerde volgorde breien, zo simpel is dat. 

Het model is dus gebaseerd op de ‘First size matinée jacket’ zoals ik het eerste pulletje gebreid heb.  En met heel wat berekeningen en proeflapjes heb nu dus hetzelfde met lange mouwen en kabels gebreid. Met aangepaste ouderwetse knoopjes is het helemaal af.

(ik heb niet alleen ouders met grote zolder, maar ook tantes die alles sparen en ten gepaste tijden doorgeven aan mij! Danku tante m. voor de knoopjes!)

(oh en kijk naar die schattige haartjes)

 

Voor mezelf (als ik het misschien nog ooit eens wil breien) en voor jullie heb ik heb het netjes uitgeschreven hoe ik dat gedaan heb. Ik ben geen held in breibeschrijvingen, maar wie wat van breien kent, kan het zeker volgen.

Met deze handige tutorial met veel foto’s begrijp je het hoe en waarom van kabels.  Voor wie een beginnende breister is, of nog nooit kabels geprobeerd heeft: oefen eerst met een simpel project, zoals deze beenwarmers.

 KLIK HIER voor de breibeschrijving van het kabelpulletje.

En om het helemaal jaren ’30 te maken, kreeg hij er ook nog zelfgebreide sokjes bij. Sokken breien had ik nog nooit eerder geprobeerd. Maar ook dat bleek eigenlijk simpel te zijn eens je het systeem doorhebt. Ik nam een patroon uit een boekje en met een kabel erbij verzonnen (ha ja) werd het dit:

(zo zacht dat de kat er niet van wil wijken)

Je kan de sokjes ook breien, ik heb het hier *klik* beschreven.

Ik heb wat gevonden.

Ik hou ook wel van kringloopwinkels en rommelmarkten, maar mijn man is nooit gewillig om mee te gaan en met 5 kinders in mijn kielzog komt het er dus nooit van. Maar! De zolder van mijn ouders is echt één grote grot van ali-baba! Babytruitjes, jurkjes en jassen voor mijn dochters, jurken voor mezelf.  Mijn ouders zijn echt het perfecte koppel: hij maakt fotos van alles, zij houdt alles bij.  Ik hoef dus maar de catalogi na te kijken (lees: de fotoalbums van mijn jeugd), en mama haalt dan het nodige van haar zolder! Kijkt u even mee en wees gerust jaloers!

 

 

Deze Toetanchamon  komt echt van Egypte. Ik ben eeuwig jaloers geweest op dit stuk stof die mijn moeder nooit verwerkt heeft, maar altijd in haar ‘geheime’ stoffenkast bewaarde. En oef, wat ben ik nu blij dat ze er nooit zelf iets meegemaakt heeft, of nog erger: het eerder aan mij gegeven heeft. Ik heb er nu het rokje uit knipmode maart 2009 met plooi en zakken van kunnen maken:

(ge zult het ondersteboven moeten bekijken, want zo moet ik het ook altijd zien)

En deze stof werd een kleedje voor de oudste dochter. Heel simpel patroon, met aangeknipte mouwtjes, zonder knopen of rits. Ik wou het liever voor mezelf houden, maar ja, de kinderen hebben ook wat ‘nieuws’ nodig.

 

(oeps, daar moet precies nog een stofplooi weggestreken worden..)

Breien en breivraagjes.

 Wow, danku danku voor al die lieve reacties voor popje Kaatje!! Ik weet zeker dat ze een goede thuis zal vinden. Ben je nog geïnteresseerd? Je kan nog tot zondag reageren op de post van 2 aug *klik* om Kaatje te winnen.

Buiten het lezen van alle berichten en het wachten op geboorte van de kuikens, heeft tantehilde nog iets gedaan? Jazeker! Immer actief heeft ze 2 volle weken gebreid. Tis te zeggen… het begon zo:

Trouw aan mijn moeders methode haalde ik het begindraadje uit het binnenste van de bol.   Waarom mijn moeder dat zo altijd deed zal ik haar eens moeten vragen. Waarom ik het ook zo gedaan heb, weet ik niet.  Want toen ik een begindraadje gevonden had, werd de rest een hele dikke kluwen knoop.  Kan iemand van jullie mij vertellen aan welke kant van een bol wol je eigenlijk moet beginnen? Aan het buitenste einde of aan het binnenste einde? Misschien is er een geheim trukje? Enfin, na uren ontknopen en een beetje breien, had ik 2 weken later dit:

Zie je ook dat onnozel stoffen zakje voor mijn breiwerk in te steken?  Ik zou zo graag iets fancier willen hebben/krijgen. Iemand die in ruil voor een pop voor mij een ‘breizak’ wil maken?

 

 

Kijk toch wat een precisie, wat een gelijke steken! Hoe netjes! Zo netjes heb ik nog nooit gebreid.  Als je er een wasetiket in naait zou je het zo in de winkel kunnen hangen. En dan moet je weten dat dit een ‘proefpulletje’ is, want eigenlijk wou ik er eentje met kabels breien. Ik had dat gezien in deze boek. Maar ik ben te gierig om die boek te kopen (tip dus voor al wie mij wil plezieren lol), en ik ben op zoek gegaan naar een gelijkaardig gratis patroon en vond het hier. ‘A First Size Matinee Jacket’. Alleen die naam al, prachtig! Een patroon uit 1930.  Een soort cardigan met een ouderwets kraagje en  korte mouwen, das perfect want waar ik bij het aankopen van stof heel gul ben voor mezelf, ben ik in het aankopen van wol heel gierig. Ik had slechts 1bol van 100g kousenwol in de gewenste kleur (bruin dus, waarschijnlijk heb ik het ooit gekocht om poppenhaar van te maken). Maar dat was gelukkig voldoende.  De beschreven maat kwam wel niet overeen (winand is toch al wat groter dan een ‘first size’), het soort garen ook niet en dus heb ik alsnog heel veel getallen moeten veranderen. Maar al bij al is het zeer makkelijk breien en ik ben echt wel fier op mezelf.

En nu wil ik hetzelfde breien maar met kabels erin. En dus nog een vraagje: maken kabels je breiwerk eigenlijk smaller dan als je gewoon rechtdoor breit? Ik denk eigenlijk van wel, maar misschien weten jullie het mij met zekerheid te vertellen voordat ik te weinig of teveel steken heb opgezet.