Kerkuilen anno 2014

Ons jaarlijks bezoek van nonkel Jos die de uilen komt ringen is altijd een feestje. Dat is zo spannend!! Dan weten we of er uilskuikens in de uilenkast zitten én kunnen we ze van dichtbij zien. Dit jaar was er uitzonderlijk veel publiek aanwezig: vrienden en kennissen die kwamen kijken. Het publiek werd niet teleurgesteld: er zaten maar liefst vijf uilenjongen in de kast. VIJF!! Weet je wat dat betekent? 5 jongen + 2 ouders die elk minstens 4 muizen per 24u moeten eten : eer de jongen uitvliegen zijn ze 9 weken oud, dus dat is….dumdumdumdum…effe rekenen…dat zijn 28 muizen per nacht, dat zijn 1764 muizen die één per één gevangen worden!

Kerkuilen anno 2013

kerkuilen anno 2012

kerkuilen anno 2011

en dit jaar ook een filmpje:

De baby-steenuil die nog niet kon vliegen, of toch wel, of toch niet…

Het is weer dat moment van het jaar! Uilentijd! Twee dagen geleden vonden we een jong steenuiltje onder het poortgebouw. Hij had nog wat pluis en de eerste vliegles was duidelijk mislukt. Omdat we het nest niet precies konden lokaliseren om hem terug te zetten, hebben we de kleine in een stal gezet, met de deur gebarricadeerd met slechts een kleine vliegopening. Vogelouders roepen hun jongen, vogeljongen roepen dan terug en zo zouden ze elkaar weer snel vinden. 

De hele namiddag bleef het stil. De kleine hupte wat rond over de grond en keek ons met grote ogen aan. Totdat ik mijn fototoestel uithaalde en té dichtbij kwam.

Toen kwam daar plots één van de ouders aanvliegen, luid krijsend: “gevaar! gevaar! laat mijn kleine met rust!”. Hij/zij was echt boos op mij: 

Enfin, ik vond het een veilige plek voor het uilenjong: de kleine kon niet uit de stal want hij kon nog niet vliegen, de hond kon er niet bij en er was een opening die alleen vlieggewijs kon bereikt worden. 

Maar zo moet de uilenmoeder er niet over gedacht hebben. 

(de steenuil zit in het midden bovenop het dak, (ernaast zit een duif, die denkt dat ze daar woont), en tip: zet het geluid luider, dan hoor je ‘m duidelijk roepen)

Kon het jong toch vliegen? Heeft de moeder haar jong op haar rug meegenomen (moehaha)? Ik weet het niet, maar een paar uur later was het jong weg uit de stal.

De dag nadien: zelfde scenario: 

We vonden een jong steenuiltje onder het poortgebouw.

Het was waarschijnlijk hetzelfde kereltje: 

Trowuens, wisten jullie dat kleine uiltjes uitstekende redenen zijn om uit uw bedje te komen.

We probeerden het nogmaals of hij kon vliegen..maar hij bleef steken bij vliegles één: fladder naar beneden. Nochtans bleek hij al mooie vleugels te hebben. We hebben hem dan maar op de zoldering van de stallen gezet in de hoop dat hij daar blijft zitten tot hij ook opwaarts kan vliegen. 

En ja hoor, toen we ’s avonds op den dorpel de wacht hielden hoorden we mama-uil roepen en baby-uil terugroepen. Ik ben benieuwd waar we hem morgen gaan terugvinden!

De uilennestkast.

Spannend he?

Nonkel Jos had het beloofd om terug te komen als de uiltjes wat groter waren, en ik had het u het vervolgverhaal beloofd:

Hier komen ze dan: 3 kuikens!

De ene al wat groter dan de andere. Zou dit het uiltje zijn dat we een maand geleden al gezien hebben? Hij is alleszins de grootste van de drie.

Uiltje vasthouden, uiltje ringen, uiltje wegen, uiltje meten, uiltje op je kop zetten,…

"oh kijk, vier uilskuikens" (Ja, sorry, dat mopje kon ik niet laten liggen he..)

En dan is het uilenringfeestje weer afgelopen. Uiltjes gaan weer in de zak, de ladder omhoog en weer in hun kot.

Verjaardagsfeestje en een pasgeborene!

"Jamaar das een beeteke moeilijk om nu langs te komen, want het is verjaardagsfeestje voor Aster, en haar vriendjes zijn hier en al" zei ik tegen mijn zus aan de telefoon.  "Jamaar moet ik misschien komen schminken?" zei zij daarop. "Ik reken op u!" sloot ik het telefoongesprek af en daarmee had ze geen andere keuze meer dan te komen naar het feestje. Want wat is nu een kinderfeestje zonder schmink?

"Jamaar das een beeteke moeilijk om nu langs te komen, want het is verjaardagsfeestje voor Aster" had ik bijna tegen nonkel Jos gezegd toen hij de kerkuilen wou komen ringen. "Jaja, goed idee, er zijn wel heel veel vriendjes hier." zei ik, maar dat was geen enkel probleem.

Het is de afgelopen weken en zelfs maanden niet echt het weer geweest om 's avonds gezellig buiten te blijven zitten. En dus hebben we relatief weinig uilen gehoord. Uit curioziteit zijn we 14 dagen geleden op een avond de wacht gaan houden aan de schuur. We zagen de kerkuil op en af vliegen met muizen. We hoorden geblaas in de nestkast. We dachten: "Jaja, die heeft jongen".  Maar vermoedelijk hoorden we het wijfje die aan het broeden was en zagen het mannetje die haar een hapje kwam brengen.

Want vandaag vonden we dit in de nestkast: 3 eieren en één pasgeboren jong (dat weet je toch nog wel dat roofvogels beginnen te broeden zodra het eerste ei gelegd is en de jongen dus niet tegelijk uit het ei komen, lees anders nog eens mijn vorige uilenposten).

In de braakballen van zijn ouders, tussen een hoop dode woelmuizen: een eerste jong! Dat laatste vonden mijn kinderen niet zo een gek idee: "Ik wil ook wel met een stapel boterhammen met choco in bed kruipen, mama".

Kleine uil is dus nog te klein om te ringen, volgende maand komt nonkel Jos nog eens terug. Wordt vervolgd…

Altijd hetzelfde

Dat is hier altijd hetzelfde. Dan gaan we eens naar een dierentuin om eens van ons erf af te raken, en wat zien we daar:

Een roofvogelshow met kerkuilen!

En die jongens van mij, altijd hetzelfde aan, ik kan ze bijna niet meer uit elkaar houden:

 

En tot slot wil ik u toch nog dit goei nieuws meegeven: het kleine steenuiltje dat we gewassen en gehaardroogd hadden, heeft het echt gehaald. Deze foto nam ik een paar dagen geleden toen ik de poort uitwandelde.  U herkent de uil aan het ringetje om zijn poot, hij is de enige van de steenuilen bij ons die geringd is:

De uilen, deel 108: Zielig, maar gered!

Vanmorgen heel vroeg, rond een uur of 6 werden we gewekt door luid uilengekrijs. We zijn dat ondertussen wel al gewend, het geluid van die uilen. Maar als ze een abnormaal gekrijs laten horen, dan gaan we wel eens checken. Zoals vorige week toen Ronja achter een domme duif aansloop, en de steenuilen hem in bescherming namen door heel luid te roepen! De duif vloog op, en belandde naast de uil op de dakrand, wat een heel komisch zicht was. Ze bekeken elkaar een moment, waarop de uil moet bedacht hebben: "gij zijt wel een hele lelijke uil" en vlogen toen elk hun kant op.

Hun alarmsysteem werkt, dat is bewezen. Een paar dagen geleden werd ik ook 's morgens gewekt door hun kabaal en kon ik op het nippertje een uiltje uit de muil van Ronja redden. Het beestje keek mij eerst met hele grote ogen aan (ja, met z'n kop 180° gedraaid) en vloog toen weg. Makkelijk, zo'n reddingsactie.

 

En dus ook vanmorgen werd er weer luid gekrijst! Deze keer vonden we weer een steenuiltje in de muil van Ronja, helaas helemaal doorweekt en vol modder. Hij leefde nog, maar was zo koud als een ijsblokje en bewoog niet meer. Onder de warme kraan hebben we hem gewassen en met de haardroger laten opwarmen.

 

Hij woont nu in een kartonnen doos op de chauffage en krijgt kattenbrokken te eten. Verder is dat een heel braaf beestje, die zich gewillig een ring liet omdoen. Hij mag hier een paar dagen logeren, tot we denken dat hij sterk genoeg is om buiten te overleven.

 

 

(winand wil zelfs zijn croissant met hem delen)

Net als ik dit schrijf, hoor  ik weer een gekrijs. Maar niet uit de doos, het kwam van bovenin de keukengordijnen. Daar hing 'ons uiltje' gelijk een aapje half-ondersteboven. Ik heb hem dan maar uit de gordijn geplukt en buiten laten vliegen.  Ieder naar zijn eigen nest, oost west, thuis best. Mijn eigen grootste kuiken komt vanavond ook thuis na twee weken scoutskamp. Ik ga hem ook onder de warme kraan wassen, droogwrijven en aan mijn borst warmhouden tot hij weer kan piepen. Feestje!!!

Kerkuilen, nog ‘ns.

Wacht, nee, nog niet gaan lopen. Ik heb nog iets nieuws te vertellen van de uilen!

Vandaag was namelijk de dag dat nonkel Jos wederkeerde naar de boerderij, en hij had de-man-met-de-hele-lange-ladder meegebracht. Een hele lange ladder? Ja, want wij hebben namelijk geen ladder die hoog genoeg is om tot aan de kerkuilennestkast (Noteren! Voor de scrabble!)  te geraken.  Met het uilenjong dat we gisteren gevonden en geringd hadden, was de kans groot dat de jonge uilen al uitgevlogen waren en we geen enkel jong zouden aantreffen in de kast.  Maar uit curiositeit en natuurlijk voor het ringen en de wetenschap he, klom nonkel Jos toch maar die ladder op.

Drie zaten er in de kist! Eentje vloog dadelijk op. Toen waren er nog maar twee. Eentje was al geringd. Toen was er nog maar één. Dat was een lelijk uilskuiken. Toen was er geeneen…

En nu weer voor serieus: drie jonge uilen dus 'op kot'. Ze vliegen het huis wel uit, maar keren dus terug naar mama om te slapen, eten te krijgen en de was te laten doen. Alleen dat laatste lukt de mama niet zo goed. Dat stinkt eigenlijk, zo een uil. En die kist is echt een vuiligheid van jewelste. Ik heb het niet in het echt gezien, ik durf niet op die ladder, maar er werd een halve vuilniszak braakballen uitgeschept.  Die beesten maken hun nest met…braakballen. Geweldig. Ik hoop maar dat dat goeie mest is voor de mais.

In totaal vijf kerkuilen (mama, papa en 3 jongen?) die elk 4 muizen per nacht eten. Dat zijn 20 muizen!  En dan heb ik de steenuiltjes nog niet meegeteld. Die hebben ook een nest jongen, maar ik weet nog niet hoeveel. Maar ha, na een ganse avond spionnage, heb ik hun nest ontdekt! Ik zag ze vanavond op een uur tijd 5 muizen aanbrengen naar hun nest. Zou je aan de hand van de frequentie van het muizen aanbrengen kunnen berekenen hoeveel jongen er in het nest zitten? Anders moet ik die ladder op om te gaan tellen.

Of weet je, ik heb een beter idee: ik bel gewoon nonkel Jos…

Ik vraag mij trouwens af of mijn kinderen wel weten dat uilen roofvogels zijn?

Kerkuil!

Er was eens een uiltje dat zat te dutten in het berghok. Het werd gespot door een opmerkzaam oog.  Mijn opmerkzaam oog.  "Wat doet dat uiltje hier?" dacht ik.

Ik vraag het hem gewoon: "Hallo" zei ik, "Wat zit jij hier te wiebelen op die plank? Moet jij niet in je nest blijven wachten op je mama en papa?". Maar het uiltje hield zijn ogen gesloten en dutte verder.

Ik belde dan maar nonkel Jos op en die kwam dadelijk met zijn koffer vol griezelige apparaten: netten, tangen, ringen,…

"Wat ga je met mij doen? Wat ga je met mij doen?" krijste het uiltje angstig. "Ik heb honger, ik zocht gewoon wat eten, maar die kattenbrokken bevielen mij niet.  Pas op of ik bijt een stukje uit je hand!"

 

Maar nonkel Jos had geen angst, hij hield het uiltje stevig bij de poten. Hij gaf hem een mooie ring rond zijn pootje.

Hij hypnotiseerde de uil even door hem op zijn rug te leggen. Geen vogel die dan nog durft te bewegen. Wegen en meten, het was net als bij 'Kind en Gezin'.

"Hij is wel erg mager, hij is goed op lengte, maar hij moet snel wat bijkomen" zei nonkel Jos.

 

En daarna hebben we hem hoog en droog en veilig bovenin de schuur gezet, want nonkel Jos heeft ook geen schrik van hoge ladders.  Ik zal vannacht de mama en papa van dit kleintje verwittigen als ze mij weer eens uit mijn slaap krijsen, ik zal het hen eens vertellen waar hun jong gezeten heeft.

De uilen en hun nesten.

Als ik u vertel dat ik naar de lente verlang, dan is daar ook een reden voor. Dat is omdat ik de lente al ruik, ik voel ze, ik hoor ze. Nu ja, ruiken is een groot woord, mijn neus is nog een beetje verstopt van de opgelopen verkoudheden. Maar we konden dit weekend toch al eens buitenlopen zonder mutsen en handschoenen.  En ik hoor de lente echt  komen, ik hoor de vogels fluiten. Ze maken lawaai, ze schreeuwen naar elkaar: "Hier ben ik! Joehoe, waar zijn jullie – medefladderaars, gaan we een nest bouwen?" . Ik hoor het 's morgens en ik hoor het 's nachts. 's Morgens zijn het de zangvogeltjes, 's nachts zijn het de uilen. Uilen, meerdere exemplaren, en niet allemaal van dezelfde soort. De kerkuilen vliegen bij schemer krijsend over het erf en vliegen dan verder over de kale weilanden. Onze kerkuilen kennen we, die wonen in een kast heel hoog boven in de schuur.

En we horen ook weer het schil katachtig geroep van de steenuil.  Eén steenuil, of zijn het er nog steeds twee? Dat weten we niet goed. Laatst vond de buurman een dood steenuiltje in de drinkbak van de paarden. Waarschijnlijk is hij/zij verdronken. Een uil heeft – in tegenstelling tot andere roofvogels – op zijn veren kleine donshaartjes staan. Deze zorgen voor zijn geluidsloze vlucht, maar zorgen er ook voor dat hij kleddernat en loodzwaar wordt als hij met water in aanraking komt.  Een steenuil houdt dan ook bijvoorbeeld niet van hoog nat gras. Als hij daarin zijn prooi wil vangen, wordt zijn verenpak nat, kan hij niet meer vliegen, en moet hij doorweekt en te voet naar huis stappen. Hoe zielig zeg.

Hoe zit dat nu bij ons? Kan onze steenuil met droge pootjes in onze tuin jagen? Een steenuil voedt zich met muizen en regenwormen, kevers en andere insecten. Hij is niet kieskeurig, maar hij heeft wel kort gemaaide of begraasde weilanden, houtwallen en rommelhoekjes nodig om zijn prooien te vinden. En ja, dat hebben we. We weten waar hij het liefste zit. Op die dikke paal dichtbij het bakhuis, achteraan de tuin.

In dat bakhuis wonen wat kippen, en waar kippen zijn, zijn er muizen, want die komen op het kippenmenu – keukenafval en de graantjes – af. Achter het bakhuis ligt een hele stapel boomstammen, daar zitten voorzekerst veel insecten en muizen te woelen. Tussen het bakhuis en de rij knotwilgen ligt een open veldje, binnenkort zaaien we daar opnieuw gras in en mogen de paarden op die weide gaan grazen.  Ja, ze zijn meer dan welkom, de steenuilen.

Daarom hebben we een nestkast laten plaatsen. Blijkbaar houden steenuilen wel van een artificiële woonplaats. Zo een nestkast zorgt ervoor dat we de jonge steenuilen ook makkelijk kunnen laten ringen, zo maken we ze individueel herkenbaar. En dat is belangrijk om bijvoorbeeld te weten hoelang steenuilen leven, waar de jongen naartoe gaan als ze uitgevlogen zijn, waar jonge steenuilen zich vestigen.

Ook het verdronken steenuiltje bij de buurman had een ring om zijn pootje. Ik heb zijn nummer nagekeken: hij/zij was afkomstig van Meerhout, en werd in mei 2009 daar in zijn nest, samen met 2broers/zussen geringd. Amper 3jaar oud was hij..

Wist je trouwens dat een mannetjes-steenuil minstens 8 muizen per dag moet aanbrengen, eer zijn vrouwtje aan het leggen van haar eieren wil beginnen? Daar is dus een echte studie over gebeurd.  Met zo een uilennestkast in de tuin komt er jammer genoeg geen garantie dat ze ook echt een nest gaan grootbrengen, maar we kunnen ze maar een helpende hand toesteken he? Ik zal alvast de kippen een schep graan 'teveel' geven, zodat er nog wat voor de muizen overblijft, want 8 muizen per dag, dat is hard werken!

Uilskuikens.

Sommige mensen hebben schapekes, wij hebben uilskuikens:

Hoog in de schuur hangt een nestkast voor kerkuilen. ’s Avonds en ’s nachts hoor je de uilen blazen en sissen. En als je heel stil op de stoep blijft zitten, zie je moeder overvliegen van de schuur naar de hooizolders en verder door naar de velden, op zoek naar muizen. Afgelopen zaterdag zijn ze de kerkuilen komen ringen.  Er zaten 3 kuikens in het nest, gezellig bij hun moeder. De moeder was al geringd,daardoor kon opgezocht worden dat ze afkomstig is van een nest van 3 die geringd zijn op 21/06/2008 op een hoeve op 10km van hier. Dat is toch kweetnie-hoe-tof!

Uilen beginnen te broeden van zodra het eerste ei gelegd is. Daardoor zijn de jongen niet allemaal even oud.  De uiltjes werden gewogen en gemeten en aan de hand van tabellen kan bepaald worden hoe oud ze zijn: de oudste was 36dagen, ene van 32 en de jongste was 23dagen oud.

Elk jong, en elke ouder, moeten elke nacht 4 muizen eten om vol te houden. Dat zijn minstens 1500 muizen om een nest van 3 te laten uitvliegen. Daarnaast is een kat maar een amateurke. Gelukkig is het naar’t schijnt een goed muizenjaar.
 
Wanneer ze hun dons kwijt zijn (ca 9 weken) beginnen ze te vliegen en worden minder gevoerd zodat ze vermageren en van honger gaan jagen. Dat is een paar weken later, en dan worden de jongen meestal weggejaagd door de moeder.